Hoe een weersverwachting werkt

Van meting tot voorspelling

Een weersverwachting is het resultaat van enorme hoeveelheden metingen en rekenkracht.

Kernpunt

Weersverwachtingen komen uit computermodellen die metingen van satellieten, weerstations en weerballonnen combineren.

Van data naar voorspelling

Een weersverwachting is het resultaat van enorme hoeveelheden metingen en rekenkracht. Over de hele wereld wordt het weer continu gemeten, en al die gegevens vormen samen het startpunt voor een voorspelling.

Overal wordt gemeten

Satellieten in de ruimte, weerstations op de grond en ballonnen hoog in de atmosfeer verzamelen onophoudelijk gegevens over temperatuur, luchtdruk, vocht en wind. Zo ontstaat een zo compleet mogelijk beeld van de toestand van de atmosfeer op dit moment — de basis waarop elke voorspelling rust.

Modellen rekenen vooruit

Krachtige computers voeren al die data in weermodellen: programma's die de natuurwetten van de atmosfeer nabootsen. Het model rekent stap voor stap vooruit hoe de lucht zich waarschijnlijk zal gedragen. Uit die berekening rolt de verwachting die je uiteindelijk te zien krijgt.

Waarom verder vooruit onzekerder is

Kleine onnauwkeurigheden in de beginmetingen worden in de loop van de berekening steeds groter. Daardoor geldt: hoe verder vooruit, hoe groter de onzekerheid. Een verwachting voor morgen is betrouwbaarder dan die voor volgende week. Meteorologen kijken daarom vaak naar meerdere modelberekeningen tegelijk om de kans op verschillende scenario's in te schatten.

In het kort

  • Satellieten, weerstations en ballonnen meten continu het weer.
  • Computers voeren die data in modellen die de natuurwetten nabootsen.
  • Het model rekent vooruit en levert de verwachting.
  • Hoe verder vooruit, hoe onzekerder de voorspelling.