Weertypen

Van buien tot onweer

Zon, wolken, regen en onweer: het weer kent vele gezichten.

Kernpunt

Weertypen ontstaan door verschillen in temperatuur, vocht en luchtdruk in de atmosfeer.

Waarom het weer verandert

Zon, wolken, regen en onweer: het weer kent vele gezichten. Al die weertypen ontstaan door verschillen in temperatuur, vocht en luchtdruk in de atmosfeer. Begrijp je die processen, dan snap je beter waarom de lucht doet wat hij doet.

Wolken en neerslag

Warme lucht stijgt op, koelt op grotere hoogte af en vormt wolken. Komt er genoeg vocht bij, dan groeien de druppels tot ze te zwaar worden en als neerslag naar beneden vallen — als regen, en bij lage temperaturen als sneeuw of hagel.

Buien en onweer

Spannend wordt het als warme en koude luchtmassa's op elkaar botsen. De warme lucht wordt dan snel omhoog geduwd, waardoor zich stevige stapelwolken vormen. Uit die wolken kunnen felle buien en onweer ontstaan, soms met hagel en windstoten.

Hoge- en lagedruk

De luchtdruk bepaalt het grotere plaatje. Een hogedrukgebied brengt vaak rustig, droog en zonnig weer, omdat de lucht er langzaam daalt en wolken oplossen. Een lagedrukgebied doet het tegenovergestelde: opstijgende lucht zorgt voor wolken, wind en regen. Veel weersveranderingen kondigen zich aan door een wisseling tussen deze twee.

In het kort

  • Weertypen ontstaan door verschillen in temperatuur, vocht en druk.
  • Opstijgende warme lucht vormt wolken en neerslag.
  • Botsende luchtmassa's kunnen buien en onweer geven.
  • Hogedruk brengt rustig weer, lagedruk wind en regen.